| 2.4.5. - tijdelijke opslag van gevaarlijke afvalstoffen die niet onder rubriek 2.4.4. vallen, in afwachting van de behandelingen, vermeld onder rubriek 2.4.1, 2.4.2, 2.4.4 en 2.4.6 , met een totale capaciteit van meer dan 50 ton, met uitsluiting van |
de opslag van:
- 1.500 l motorolieafval (depollutiecentrum)
- 1,65 ton glycolwaterafval (depollutiecentrum)
- 200 l remolieafval (depollutiecentrum)
- 1 ton oliefilters (depollutiecentrum)
- 2,22 ton benzineafval (depollutiecentrum)
- 2,562 ton mazoutafval (depollutiecentrum)
- 1,35 ton ruitenwisservloeistofafval (depollutiecentrum)
- 0,5 ton onschadelijk gemaakte airbagpatronen (depollutiecentrum)
- 27 kg aircokoelmiddel (depollutiecentrum)
- 1 ton accu’s (depollutiecentrum)
- 100 ton accu’s
- 0,18 ton vervuilde of onbruikbare solventen (depollutiecentrum)
- 50 ton grondkabel
- 25 ton niet-gedepollueerde wrakken
- 1.400 l lege LPG-tanks met mogelijks restanten van LPG
- 1 ton afvalstoffen vergelijkbaar met KGA
- 125 ton AEEA (20 ton KV, 5 ton MLR, 50 ton groot wit, 20 ton beeldschermen, 30 ton overige)
- 0,1 ton condensatoren |
314.69 t |
Ja |