| 2.4.5. - tijdelijke opslag van gevaarlijke afvalstoffen die niet onder rubriek 2.4.4. vallen, in afwachting van de behandelingen, vermeld onder rubriek 2.4.1, 2.4.2, 2.4.4 en 2.4.6 , met een totale capaciteit van meer dan 50 ton, met uitsluiting van |
De tijdelijke opslag van maximaal 100 ton gevaarlijk afval in afwachting van de
behandelingen vermeld in de rubrieken 2.4.1. – 2.4.2. – 2.4.4. en 2.4.6, als volgt verdeeld:
- 30 ton asbesthoudend afval;
- 50 ton C-hout;
- 20 ton uitgesorteerde gevaarlijke fracties uit sorteeractiviteiten |
100 t |
Nee |
| 2.4.3.b)2° - voorbehandeling van afval voor verbranding of meeverbranding; |
De voorbehandeling van niet-gevaarlijke afvalstoffen in functie van verbranding met een capaciteit van maximaal 1.150 ton per dag als volgt verdeeld:
- maximaal 400 ton/dag houtafval d.m.v. een mobiele shredder met een geïnstalleerde drijfkracht van 390 kW;
- maximaal 750 ton/dag gemengd bouw-en sloopafval, inboedelafval, gemengd stedelijk afval/gelijkgesteld bedrijfsmatig afval, en droge niet-gevaarlijke afvalstoffen
samengevoegd |
1150 t/d |
Ja |