| 20.2.5. - De productie van ruwe non-ferrometalen uit erts, concentraat of secundaire grondstoffen met metallurgische, chemische of elektrolytische procedés |
de productie van 1.016.600 ton/jaar ruwe nonferrometalen (20.2.5), omvattend:
• Het smelten van 660.000 ton koper per jaar;
• Koperelektrolyse met een capaciteit van 355.000 ton koperkathoden per jaar;
• Koperelektrowinning met een capaciteit van 100 ton/jaar;
• Productie van 1.500 ton/jaar koperkathoden BOB project; |
1016.6 Kton per jaar |
Ja |
| 43.3.2° - 50 MW of meer |
2 stookinstallaties van 0,179 MW en 0,0255 MW, noodgroepen met een totaal nominaal ingangsvermogen van 0,808 MW, 2 kopersmeltinstallaties van 23 MW en 30 MW, pyrolyseoven van 0,240 MW en naverbrander van 0,360 MW (totaal 54,61 MW) |
54.61 MWth |
Nee |
| 2.4.5. - tijdelijke opslag van gevaarlijke afvalstoffen die niet onder rubriek 2.4.4. vallen, in afwachting van de behandelingen, vermeld onder rubriek 2.4.1, 2.4.2, 2.4.4 en 2.4.6 , met een totale capaciteit van meer dan 50 ton, met uitsluiting van |
opslag en fysisch chemische behandeling van 300 ton gevaarlijke slibs
met een opslagcapaciteit van 7.613 ton (2.4.5); |
300 t |
Nee |